Straatscène in Amsterdam

Van-der-Hem,-P-Onderonsje-in-Amsterdam P. van der Hem ( Wirdum 1885 – 1961 Den Haag ), potlood en aquarel, 33 x 44 cm, gesigneerd midden onder

In september 1907 vertrok Van der Hem naar Parijs. Een koninklijke subsidie stelde hem in de gelegenheid om daar tot de zomer van 1908 in een atelier op Montmartre te werken. Hij maakte een groot aantal tekeningen en schilderijen van het straat- en uitgaansleven in de Franse hoofdstad, waarin de overeenkomsten met het werk van kunstenaars als H. Toulouse-Lautrec en Th.A. Steinlen onmiskenbaar zijn.

Na zijn terugkeer in Amsterdam in 1908 was Van der Hem, geïnspireerd door zijn Parijse tijd, veel in de volksbuurten te vinden om er het straatleven in beeld te brengen.

In het voorjaar van 1909 kon hij zijn werk presenteren op de tentoonstelling van de schildersvereniging ‘Sint Lucas’ in het Stedelijk Museum. Dit debuut op een expositie die door een groot publiek als een graadmeter voor de ontwikkeling van de moderne kunst werd gezien, was voor zijn beginnende kunstenaarsloopbaan van grote betekenis.

In de jaren 1909-1914 gold Van der Hem, samen met jonge schilders als Piet Mondriaan, Jan Sluyters en Leo Gestel, als vertegenwoordiger van het Amsterdamse luminisme, de stroming die, uitgaande van het Franse impressionisme, vernieuwingen in de Nederlandse kunst bracht. Publiek en pers hadden veel aandacht voor zijn werk en ontvingen het overwegend met enthousiasme en bewondering. Het was vooral de inhoud, de voor die tijd ongewone en gedurfde onderwerpkeuze, die Van der Hem deze plaats te midden van de vernieuwingsgezinden bezorgde.

De aquarel ‘Straatscène in Amsterdam’ is een typisch voorbeeld uit de periode 1908-1909, gemaakt in een volksbuurt.